oerwoud
Een boom.
Een bos bomen.
Dubbeldik, dubbelhoog, peperduur.
Veel hout.
Oud woud.
Oerwoud.
Sterke gladde en dunne stekelige lianen
maken van bomen en planten een warboel.
Eeuw in, eeuw uit. En nog steeds.
Die wirwar ligt rondom het midden van de aarde.
Rondom de evenaar. Als dicht tropisch regenwoud.
Uitbundig. Uitdagend.
Een enkele zand- of modderweg er dwars doorheen.
Dag en nacht zijn er altijd even lang. De zon staat midden op de dag loodrecht boven de boomkruinen.
Maanden heten niet maart of mei. Maar gebeurtenissen geven de tijd een naam. De tijd van de wilde mango´s. Als de wilde
mango´s rijp zijn. De tijd van de wilde pinda´s. Als die verzameld kunnen worden. Regentijd. Als het iedere dag hard regent,
met donder en bliksem.
De tijd tikt niet streng, maar is als eb en vloed. In het oerwoud van Midden-Afrika.
Afrika´s oerwoud heeft zijn eigen bewoners. Mensen die het oerwoud kennen. Al eeuwenlang.
Ze kunnen jagen als de besten. Ze kunnen alles vinden wat ze nodig hebben. Voedsel. Maar ook materiaal om te bouwen, te
vlechten, te binden.
- Wij zijn gemaakt voor het bos, en het bos is voor ons gemaakt - zeggen ze zelf.
Ze weten hoe het vroeger was. En ze maken mee wat er nu verandert.
Afrika´s oudste oerwoudbewoners zijn de Baka, de Bayaka, de Mbuti, de Twa...
Verschillende stammen, maar allemaal pygmeeën.
Pygmee is een oud woord. Een scheldwoord. Want pygmee betekent klein.
Ze zijn niet groot. Maar wel vlug en sterk, en geweldige muzikanten.
Ze waren de allereersten die de oerwouden van Midden-Afrika bewoonden.
|
|